Het meisje met de lakschoentjes en het jongetje met de spionnenbril

on

Het is het voorjaar van 1992 of 1993 en ik reis met mijn moeder en broer naar Dénia (Spanje). Mijn opa en oma verbleven daar enkele maanden per jaar, wat ons in vakanties de gelegenheid gaf te komen. Een busrit van ruim 24 uur, wat voor mijn moeder een serieuze uitdaging geweest is, zo realiseer ik mij nu. Twee kinderen in hun kleutertijd die geëntertaind moesten worden zonder iPad, wagenziek werden en net niet hun plas konden ophouden voor de volgende stop. You feel me, right?

Een mooie lente dag met verschillende marktjes en bezienswaardigheden. Tijdens de vakantie was er een traditioneel Spaans volksfeest – de Fallas. Verschillende kinderen in klederdracht liepen mee in een optocht. Grote praalwagens versierd met bloemen trokken door het idyllische stadje. Het was indrukwekkend. En dan heb ik het eigenlijk met name over de haarstukken, de jurken, de waaiers en de schoentjes van de meisjes uit de optocht.

Ik keek mijn ogen uit en zag precies voor mij hoe ik er eigenlijk zelf uit wilde zien. Dit was voor mij toch wel het toppunt van mooi zijn. Ik was gekleed in een kort geruit spijkerbroekje met een wit t-shirt, mijn haar in een klein staartje netjes opzij en gympjes, behoorlijk saai in mijn 4 of 5-jarige ogen. Het enige wat nog een beetje scoorde was de helium ballon die ik mocht uitzoeken, die was best cool.

In diezelfde vakantie mochten mijn broer en ik een cadeautje uitzoeken bij een plaatselijke markt. Veel kraampjes met voornamelijk kleding en speelgoed, zoals ik het in ieder geval heb onthouden.
Daar, bij het eerste kraampje stonden ze, dit was pure schoonheid, liefde op het eerste gezicht: zwarte lakschoenen met een fluwele zwarte strik. En, dat moge duidelijk zijn, deze waren van mij! Mijn moeder en oma hebben alles geprobeerd om mij op andere gedachte te brengen. “Irisje, dit is het eerste kraampje, er komt nog zoveel meer” en “Irisje, daar is een kraampje met poppen, je mag er 2 kiezen” en “Iris, als je dit kiest en je ziet iets mooiers kun je niet meer ruilen, dat weet je toch?”. Hoe hard ze ook hun best deden, het mocht niet baten. Zielsgelukkig en helemaal in de wolken kochten we dan uiteindelijk toch de lakschoentjes. Ik kan mijn opa nog zachtjes op de achtergrond horen lachen.

Augustus 2024, een midweek Cadzand om de zomervakantie af te sluiten. Samen met mijn gezin nog even uitwaaien en genieten van de laatste zomeravonden. Terwijl ik net op een terrasje zit, staat mijn oudste zoon Charlie van 6 naast me om te vragen of ik even wil mee lopen, hij heeft iets gezien. In een rekje zonnebrillen hangt nu net diegene die hij zo graag wilt. Een echte spionnenbril, donkergrijs, zwarte glazen, ik denk voor hem liefde op het eerste gezicht. “Mama, mag ik deze alsjeblieeeeeft hebben?” Nu ben ik sowieso niet het type moeder wat direct op alles ‘ja’ zegt, maar ze maken al helemaal weinig kans als ik het ook nog eens echt niet mooi vind.
Na verschillende onsuccesvolle pogingen trok hij echter zijn troef. “Mama, ik had toch laatst geld gekregen voor mijn verjaardag, ik betaal hem wel zelf”. Ja, daar stond ik dan, aan de andere kant van de onderhandeling. “Lieverd, laten we nog even verder kijken in het rekje, misschien zijn er nog wel andere leuke” en “Als je deze kiest krijg je hem dan toch van mij, deze staat je echt veel beter”. Maar ook hier, geen enkele twijfel en een vast beraden jongetje van 6 kocht zijn spionnenbril.

Toen ik zijn gelukkige gezichtje zag moest ik denken aan hoe blij ik me voelde toen ik de lakschoentjes kreeg. De appel valt niet ver van de boom zo blijkt op 2 manieren.

Hoewel de lakschoentjes de reis in Spanje helaas niet overleefd hadden, ik denk dat de zwarte fluwelen strik er een dag na de aankoop al af viel, staat de spionnenbril nog altijd fier op mijn zoon zijn neus. Ik ben benieuwd hoe lang die meegaat, maar door hem zo blij te zien, ben ik inmiddels toch ook maar fan!

Plaats een reactie